26-1-2012 Met de meeste kinderen gaat het op school gelukkig goed. Er is echter een groep leerlingen die regelmatig ongehoorzaam en opstandig zijn, concentratiestoornissen hebben, of frequent agressief gedrag vertonen. Deze leerlingen kunnen in elke doorsnee klas voorkomen. Zij willen het op school graag goed doen, maar er worden hoge eisen aan hen gesteld en niet ieder kind heeft de vaardigheden om het eigen gedrag te reguleren.
Sommige kinderen hebben een tekort aan vaardigheden zoals aanpassingsvermogen, flexibiliteit of probleemoplossend vermogen. Zij kunnen daardoor niet op een adequate manier reageren op vragen en eisen die de omgeving aan hen stelt. Leerkrachten hebben het beste met hen voor maar missen ook vaak de vaardigheden om met het onvoorspelbaar of explosief gedrag dat hier het gevolg van kan zijn om te gaan. In een nieuw op te zetten onderzoeksproject wordt een methodiek voor het vergroten van vaardigheden van leerlingen én leerkrachten toegepast en onderzocht op effectiviteit.
Collaborative Problem Solving
Collaborative Problem Solving (CPS) is een model voor het begrijpen van leerlingen met onvoorspelbaar en explosief gedrag. Het model is ontwikkeld door Dr. Ross Greene op de Harvard Medical School in een psychiatrische setting. Het model is inmiddels ook toegepast in het onderwijs. CPS is een oplossinggerichte methode die de leraar en het kind helpt om gezamenlijk de problemen en tekortkomingen van het kind te ontdekken. Door empathie en geruststelling te tonen voelt het kind zich begrepen en krijgt de erkenning dat er zorgen zijn. Zowel de leraar als het kind brengen hun zorgen in. Gezamenlijk kijken ze naar mogelijke oplossingen, waarbij het kind uitgedaagd wordt om zelf ook oplossingen aan te dragen. Gezamenlijk monitoren ze ook het proces en de vorderingen. Gedurende het proces nemen de vaardigheden van de kinderen toe en verbetert de wijze waarop kinderen zich uiten en hun emoties beheersen. Ook de wijze waarop de leraar naar kinderen kijkt en reageert verandert.
Onderzoek
Er zijn inmiddels in het buitenland positieve resultaten met CPS behaald. KPC Groep wil samen met de VU de werking en effectiviteit ervan in het Nederlandse onderwijs vaststellen. Er wordt een experiment uitgevoerd waarin 10 scholen (50 klassen groep 3 tot 8) die werken met CPS vergeleken worden met scholen (25 klassen) die werken met Taakspel (een aanpak voor ongewenst gedrag in de klas). De leerkrachten binnen de scholen die met CPS gaan werken worden getraind in het toepassen van het model. De IB-er, die zelf ook nog een paar uur voor de klas moet staan, wordt door Dr. Ross Greene opgeleid volgens het train de trainer model. De training is gericht op het continue gesprek tussen leerkracht en leerling, gericht op een andere benadering van gedragsproblemen. Parallel aan de implementatie van dit model loopt wetenschappelijk onderzoek dat gericht is op de effectiviteit en toepasbaarheid van het model in de praktijk. Na afloop van het project ligt er een model dat bruikbaar is voor andere basisscholen. Het project start in januari 2013 en loop tot en met 2016. De eerste opbrengsten van dit project zullen in 2016 beschikbaar zijn.
Ondersteuningsverklaring
Voor de subsidiëring van dit project is een projectidee door de VU in samenwerking met KPC Groep bij ZonMW ingediend. Dit idee is goed ontvangen en wij behoren tot de 25 procent aanvragers die het idee verder uit mogen werken tot een projectvoorstel. Om meer kans te maken op toekenning van deze subsidie dienen wij aannemelijk te maken dat dit onderzoek een belangrijke meerwaarde heeft voor de onderwijspraktijk. Dit kan door ondersteuningsverklaringen van direct belanghebbenden (scholen, besturen, ouders etc.) met de aanvraag mee te sturen. Door het tekenen van een ondersteuningsverklaring wordt het belang van het onderzoek onderschreven door de mensen uit de dagelijkse praktijk. Een dergelijke verklaring verplicht niet tot deelname aan het onderzoek.
Meer informatie?
Wilt u meer informatie over dit onderzoek of wilt u een ondersteuningsverklaring tekenen? Neem dan contact op met Maartje Reitsma.