Scholen worden regelmatig met grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd. Denk aan pesterijen, overmatig alcohol- en drugsgebruik of geweld. Hoewel het erg lastig kan zijn, vinden we pubergedrag ‘normaal’ en ‘passend bij de ontwikkelingsfase’. We weten er in veel gevallen mee om te gaan en het heeft alle aandacht binnen de school. Dit wordt moeilijker wanneer gedrag de lading ‘radicalisering’ mee krijgt.
Handelingsverlegen
Dan blijkt dat veel scholen hier niet of nauwelijks over durven te praten en handelingsverlegen zijn in de omgang met deze vorm van grensoverschrijdend gedrag. Ongelijke behandeling of discriminatie, botsingen van normen en waarden, verschillen van inzicht in de toelaatbaarheid van geloofsuitingen in gedrag en kleding (hoofddoekjes, geen hand geven, bomberjacks) en politieke botsingen: het zijn allemaal verschijnselen waarmee scholen in toenemende mate te maken hebben. Soms spelen ze onder de oppervlakte, soms komen ze in alle hevigheid naar buiten.
Verwarrende situaties
Veel scholen zullen nooit met leerlingen geconfronteerd worden die radicaliseren. Wat scholen wel meemaken is dat ze met leerlingen in verwarrende situaties terechtkomen waarop adequaat gereageerd moet worden, omdat ze conflicteren met de pedagogische opvattingen van de school:
- Het roepen van beledigende dingen;
- Leerlingen die geen les willen hebben van vrouwelijke docenten;
- Het in twijfel trekken van democratische spelregels tijdens discussies.
- Leerlingen die zichzelf in situaties brengen waardoor er gevaar ontstaat voor hun ontplooiingskansen voor de toekomst;
- Gedrag dat de veiligheidsbeleving van leerlingen en docenten in gevaar brengt.
Ondersteuning
Ligt hier een taak voor het onderwijs? Hoe verhoudt zich het (goed) omgaan met polarisatie en radicalisering tot de in wetgeving verankerde maatschappelijke en pedagogische opdracht van het onderwijs? KPC Groep ondersteunt scholen bij beleidsvorming en implementatie van passende interventies rond het thema radicalisering.
Download