Direct naar content

Samen leren om onderwijs te maken zoals het bedoeld is

De docenten en de schoolleiding van Metameer Jenaplan Boxmeer zijn samen verantwoordelijk voor het onderwijs aan de leerlingen. De school geeft dat vorm aan de hand van een voortdurende dialoog met elkaar, collega’s die worden opgeleid om elkaar sterker te maken en door op zoek te gaan naar een organisatievorm die dienstbaar is aan behoeften van kinderen en leraren en die staat voor gedeeld eigenaarschap. Metameer lijkt me een professionele gemeenschap waar ik zelf onderdeel van zou willen zijn.

Het voorbeeld van Metameer maakt me heel nieuwsgierig naar de inspanningen die de onderwijsmensen van die school iedere dag weer opnieuw moeten doen. Sterker nog, het maakt me nieuwsgierig naar de moeite die ikzelf zou moeten opbrengen om de spelregels van de professionele dialoog na te komen. Hoe kan ik bijvoorbeeld mijn persoonlijk oordeel - dat ik altijd klaar heb - uitstellen. Het voorbeeld maakt me nieuwsgierig naar de moed die ik persoonlijk zou moeten opbrengen om steeds opnieuw mijn mening in te slikken ten behoeve van een open en verdiepende vraag aan collega’s. Dat laatste doet me beseffen dat het verhaal van Metameer - nu ik erover nadenk - uitdaagt tot zelfonderzoek. Wat maakt dat ik altijd mijn mening klaar wil hebben? Waar komt dat verlangen vandaan? Welke moeite moet ik iedere dag opnieuw doen om dat verlangen los te laten om mijn collega’s, onze klanten en studenten - ik ben docent in een master leren & innoveren - recht te doen?

Ook voor het ROC Nova college staat onderwijskundig leiderschap en leren vanuit de behoefte van onderwijsprofessionals voorop. Wat mij aanspreekt in het verhaal van het Nova College is dat ze het niet mooier maken dan het is. Je voelt dat het knarst, schuurt en wringt. Dat klinkt ook als een lerende organisatie waar ik zelf onderdeel van zou willen zijn.

Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de schilderijen van Jeroen Bosch bij ons in ’s-Hertogenbosch aangekomen. Een van de schilderijen is De Hooiwagentriptiek. Op dat drieluik is een hooiwagen te zien die van links naar rechts trekt. Van de hemel naar de hel. Op het middenpaneel zijn allerlei taferelen te zien met mensen die zich overgeven aan de verlokkingen van het dagelijks leven. De hooiwagen is als het ware een spiegel, waarin niet alleen de middeleeuwse mens zich kan herkennen, maar ik mezelf ook. De hooiwagen staat ook voor hoop. Wanneer je de luiken sluit, zie je het beroemde beeld van de marskramer. De marskramer is een metafoor voor de lerende mens, een mens die omziet en reflecteert en voor iemand die het midden probeert te houden op een smal en kronkelig pad.

Het ziet ernaar uit dat de onderwijsmensen van Metameer en het Nova College de goede handvatten hebben gevonden en dat de vragen blijven. Die vragen gaan - zoals ik ze lees - over de vraag hoe docenten en hun leerlingen, docenten onderling en docenten en de schoolleiding een “wij” kunnen blijven vormen, zonder dat het individu zich zelf daarin verliest. Dat is de kern van het leiderschap in de school. Samen zorgen voor gedeeld eigenaarschap. Want je hebt elkaar nodig om onderwijs te maken zoals dat bedoeld is en om elkaar op koers te houden.

Ton Bruining
Directeur beroepsonderwijs KPC Groep


Directeur/adviseur beroepsonderwijs

Bekijk ook

Delen