Onderwijskwaliteit en het bestuursgerichte toezicht; een weerbarstig vraagstuk

21 juli 2020

Het vernieuwde toezicht dat vanaf 2017 is ingevoerd, gaat ervan uit dat het bestuur eindverantwoordelijke is voor de onderwijskwaliteit op de scholen. De inspectie spreekt daarom de besturen aan op de kwaliteit van haar scholen en de verwachting is dat dit het bestuur stimuleert om de onderwijskwaliteit binnen haar school of scholen te verbeteren. Een belangrijke verandering in het vierjaarlijks onderzoek van de inspectie is dan ook dat het toezicht op schoolniveau voor onderwijskwaliteit en kwaliteitszorg wordt gekoppeld aan het toezicht op het bestuur.

Drieslag

In mijn werk met besturen en scholen maak ik gebruik van een drieslag, waarin die koppeling tussen bestuur en school terugkomt.
1.  Heeft het bestuur voldoende zicht op de kwaliteit van de scholen? Met andere woorden: kent het bestuur de scholen goed genoeg en weet ze waar de risico’s zitten.
2. Is er voldoende sturing op de onderwijskwaliteit? Met andere woorden: hebben het bestuur en de scholen gezamenlijke doelen afgesproken en worden daarop acties ondernomen?
3. Is er doorwerking van het centrale beleid? Met andere woorden: is op schoolniveau het centrale beleid zichtbaar en merkbaar? 

In de praktijk merk ik dat zowel de inspectie als de scholen en besturen het nog wel lastig vinden om handen en voeten te geven aan deze bestuurlijke verantwoordelijkheid. Vooral bij grote besturen is de afstand tussen de klas en het bestuur vaak best groot. Naast dat de informatie en de analyse van de onderwijsresultaten op orde is, is het dan erg belangrijk dat er een goede dialoog plaatsvindt tussen bestuur en schoolleiding en tussen de schoolleiding en de teams in de school. Dat wat het bestuur dan doet, lijkt op de rol van de inspectie: aan de ene kant ben je controleur en tegelijkertijd heb je een stimulerende rol richting je schoolleiders. Datzelfde zie je dan terug in de rol van de schoolleider richting de leraren. De kunst is om met elkaar het stimulerende gesprek te voeren.

Dubbele rol inspectie

Die dubbele rol van de inspectie, het controleren en stimuleren zie je ook terug in het onderscheid in basiskwaliteit en eigen kwaliteitsambities in het toezichtskader. Als school kun je een beoordeling ‘goed’ krijgen als je de eigen kwaliteitsambities echt waarmaakt. Ik vind dat een wat krampachtig onderscheid. Als de inspectie komt voor het vierjaarlijks onderzoek zie je dat iedereen zich druk maakt over de vraag of ze voldoen aan de indicatoren voor de basiskwaliteit. Ik kan het ook eigenlijk niet los van elkaar zien. Dat zie je ook aan ‘mijn drieslag’, de eigen kwaliteit komt daar terug bij het stellen van eigen doelen en bij de doorwerking van het beleid. Je ziet daarbij dat het schoolplan een belangrijk document is geworden. Je kunt met behulp van een schoolplan goed de eigen ambities verwoorden en tegelijkertijd is het dan belangrijk dat het een levend document is; dat begint met de vraag of iedereen het schoolplan kent en draagt. Vervolgens: komen de ambities terug in acties in de jaarplannen, worden de acties stelselmatig geëvalueerd en bijgesteld?  Als je er zo mee bezig bent, is dat ook onderdeel van je basiskwaliteitszorg.

Rol van kwaliteitscultuur

Een ander opvallend punt in het nieuwe toezichtskader is de rol van de kwaliteitscultuur bij de beoordeling van de standaard Kwaliteitszorg en ambitie van het bestuur.  Tot nu toe zie je dat de inspectie voor kwaliteitscultuur al snel een voldoende geeft. Dat komt (en is onlangs ook vastgesteld in het onderzoek naar deze kwaliteitsstandaard door de inspectie) doordat er in het kader niet meer staat aangegeven dan de omgang met bevoegdheden, bekwaamheden en professionalisering. Terwijl een goede kwaliteitscultuur gaat over de vraag of de zorg voor kwaliteit vanzelfsprekend deel uitmaakt van de cultuur van een lerende organisatie.  Vrij vertaald betekent een goede kwaliteitscultuur dat de school niet alleen een plek is waar leerlingen leren, maar ook een plek waar leraren, schoolleiders en bestuurders zich voortdurend ontwikkelen. Bij een sterke kwaliteitscultuur gaat men uit van een collectief dat eigenaarschap toont voor de kwaliteit van onderwijs, deze wil verbeteren en daar op systematische en structurele wijze aan werkt. Er is sprake van een houding van willen leren en verbeteren, open staan voor feedback, en elkaar aanspreken op resultaten. Persoonlijk denk ik dat dit de meest cruciale factor is voor je onderwijskwaliteit.


Bronnen
 

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderzoekskaders/documenten/rapporten/2020/06/22/onderzoekskader-2017-voor-het-toezicht-op-het-voortgezet-onderwijs

https://www.ru.nl/fm/actueel/nieuws/nieuws/@1276005/rapport-vernieuwde-onderwijstoezicht/

https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2020/07/08/hoe-wordt-kwaliteitszorg-beoordeeld

https://eqavet.nl/kwaliteitscultuur-versterken-in-onderwijsteams-in-het-mbo-10-inzichten/

 

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Annemiek Staarman
Adviseur
073-6247247

E-mail Annemiek