De toekomst van ons onderwijs in de ogen van de politieke partijen

10 februari 2021

Wat laten de verkiezingsprogramma’s zien? De beloftes voor de toekomst.

De verkiezingen komen eraan. Midden in een pandemie hebben politieke partijen hun programma’s en lijsttrekkers gepresenteerd. Terwijl de scholen nog maar amper heropend zijn en het vaccineren nog steeds niet soepel verloopt, is er vanuit de verschillende politieke partijen nagedacht over de toekomst. Zeker ook de toekomst van het onderwijs, dat volgens velen aan kwaliteit verliest. Daarbij zijn ook de nodige lessen getrokken uit de afgelopen periode waarin thuisonderwijs en afstandsonderwijs de norm waren. Thuisonderwijs lijkt veel beperkingen te kennen en zowel de werkdruk van leraren als de kansenongelijkheid van leerlingen en studenten te vergroten. Afstandsonderwijs heeft echter ook duidelijke voordelen, bijvoorbeeld waar het gaat om flexibiliteit en maatwerk in leerprocessen, en lijkt daarom als onderdeel van ‘blended’ leren wel een blijvertje.

Wat valt er op in de programma’s?

De meeste overeenstemming lijkt te bestaan over het versterken van passend onderwijs en over het herinvoeren van de studiebeurs. In bijna alle partijprogramma’s wordt aangegeven dat er niet bezuinigd moet worden op passend (dan wel inclusief) onderwijs. De beloofde kwaliteitsverbetering van het (hoger) onderwijs, door afschaffing van de studiebeurs en invoering van het leenstelsel, blijkt niet te zijn gehaald. Het extra geld dat voor ‘lump sum’ financiering vrij kwam door studenten meer te laten lenen, heeft niet geleid tot meetbare kwaliteitsverbetering. Wel tot torenhoge schulden bij studenten. Voor velen van ons was dit al de verwachting bij de start van het huidige leenstelsel, maar de Haagse politiek kan traag en hardleers zijn. En soms een beetje dom.

Het overwegend liberale denken dat door de opeenvolgende kabinetten Rutte tot mainstream is geworden, komt mede door de pandemie geleidelijk onder druk te staan. Belangrijke maatschappelijke voorzieningen zoals de gezondheidszorg, het onderwijs en onze veiligheid worden weer door steeds meer partijen gezien als voorzieningen die niet sec aan de markt (voor het onderwijs lees: via ‘lump sum’ aan de schoolbesturen) moeten worden overgelaten. De centrale overheid moet enerzijds de professionals meer sturingsruimte en zeggenschap geven en tevens weer strakker toe gaan zien op de ‘overall’ kwantiteit en kwaliteit van eerdergenoemde voorzieningen.

 D66

Met maar liefst 22 pagina’s met plannen voor het onderwijs heeft D66 verreweg de meest uitgebreide onderwijsparagraaf. Als sociaalliberale en bij voortduring zelfverklaarde onderwijspartij, legt D66 het primaat niet langer bij schoolbesturen, maar bij maatwerk door leraren. Ze formuleert het in haar programma als volgt.

De katalysator voor de kenniseconomie stokt. Het lerarentekort groeit, de werkdruk onder leraren neemt toe. En de harde waarheid is dat de schoolprestaties van Nederlandse kinderen de laatste jaren steeds verder weg zakken. Nog zorgelijker is dat de ongelijkheid in het Nederlandse onderwijssysteem toeneemt, zelfs sterker dan in de landen om ons heen. Daarom wil D66 een grote verandering teweeg brengen in onze scholen, mbo’s, hogescholen en universiteiten. Niet met een systeemverandering, niet met een Haagse blauwdruk, maar door breed te investeren in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. We geven de ruimte, het vertrouwen en de middelen aan de professionals in de sector: de leraren. Door schotten en regels in te wisselen voor zeggenschap en vertrouwen. Van keurslijf naar maatwerk. Zo nemen we afscheid van starre systemen, te vroege selectie en keuzestress.

 D66 wil doorpakken op het dossier passend onderwijs en inclusief onderwijs invoeren: elke leerling moet op iedere school terecht kunnen. Een grote verandering die D66 voorstelt, is het maatwerkdiploma. Dat moet een portfolio van resultaten worden. Een leerling kan dan bijvoorbeeld over meerdere niveaus vakken doen. Dit is een onderwerp waar ook bij andere partijen en koepelorganisaties als bijvoorbeeld de VO-raad de handen voor op elkaar gaan. Onderwijs kan niet zonder leraren en daar is D66 zich van bewust. Ze willen een einde aan salariskloof tussen PO en VO, één CAO en een bonus voor leraren op achterstandsscholen. D66 wil ook het curriculum wijzigen door meer aandacht voor lezen, schrijven en rekenen. Het schoolvak Nederlands wordt aangepast. Verder wil D66 dat kinderen leren over burgerschap, mensenrechten en het belang om niet te discrimineren.

CDA

Het CDA heeft een minder liberale insteek en wil een dienstbare en beschermende overheid die er altijd voor de burger is. Het CDA wil het vertrouwen in de overheid herstellen dat in de afgelopen periode is geschaad en de instituties versterken die in onze samenleving zorgdragen voor het algemeen belang. Het legt het sturingsprimaat niet bij de leraar, wil wel de basisbeurs terugbrengen en een betere beloning voor leraren, maar vooral ook kwalitatief goed onderwijs waardoor laaggeletterdheid sterk wordt teruggebracht.

 Wij (het CDA - FD) vinden het belangrijk dat ons onderwijs alle jongeren de kans geeft om het beste uit zichzelf te halen. Daarom brengen wij de basisbeurs weer terug, zodat elke jongere kan doorleren zonder grote schulden te maken. We zetten in op het aanpakken van laaggeletterdheid en het verbeteren van lees- en schrijfvaardigheid, ook om achterstanden weg te werken. In het onderwijs verdienen leraren meer waardering voor hun vakmanschap. Dat betekent meer tijd voor lesvoorbereiding en een goed salaris. 

VVD

De afgelopen kabinetsperiode heeft de VVD weinig aandacht besteed aan onderwijs. De VVD geeft in haar verkiezingsprogramma aan dat minimale sturing door de overheid in het onderwijs te lang de norm is geweest en dat we het niveau met een zes voldoende vonden. Volgens de VVD stagneert inmiddels in het basis- en voortgezet onderwijs de kwaliteit, waardoor Nederland hier niet meer tot de wereldtop behoort. Dat is op termijn een groot probleem als we een welvarend en innovatief land willen blijven. Opvallend is dat deze liberale partij momenteel duidelijk een meer sturende rol van de overheid voor staat.

Goed onderwijs is de norm. De overheid biedt excellente scholen en leraren meer geld en vrijheid en treedt op bij slecht of matig onderwijs dat mensen onvoldoende voorbereidt op
hun werkzame leven. In het uiterste geval kan de overheid een schoolleiding vervangen, een instelling sluiten of paal en perk stellen aan opleidingen met weinig perspectief op een baan.
Om kinderen een goede start te laten maken en om onderwijsachterstanden te voorkomen,gaan kinderen eerder naar school, bezoeken zij vaker de voorschoolse opvang en beginnen zij
eerder met leren. De overheid garandeert de vrije Nederlandse waarden binnen het onderwijs, door actief in te grijpen wanneer antidemocratische groepen de vrijheid van onderwijs misbruiken.

Het voert te ver om alle verkiezingsprogramma’s tegen het licht te houden, daarom nog drie programma’s, respectievelijke aan de linker- en de rechterkant van het politieke spectrum.

SP

De SP signaleert een groeiende tweedeling in het onderwijs die volgens de partij desastreus is voor de toekomst van ons land. Ieder kind verdient een eerlijke kans om zichzelf te kunnen ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan de samenleving. Door goed beroepsonderwijs en vakscholen voor iedereen die dat wil. Studeren mag geen luxe meer zijn, maar is een goed recht voor iedereen. Studenten moeten zonder schulden kunnen studeren, daarom komt er (weer - FD) een studiebeurs. Docenten hebben veel te weinig zeggenschap, zij krijgen niet de vrijheid in de klas die ze verdienen. De SP stelt de volgende maatregelen voor.

  • Docenten krijgen een hoger salaris en we verlagen de werkdruk.
  • We maken kleinere klassen en stoppen met de hoge ouderbijdragen.
  • Het ‘passend onderwijs’ gaat op de schop en elk kind krijgt een leerrecht.
  • We willen meer gymlessen op school en zwemles voor iedereen.
  • We investeren in het MBO en leggen particulier onderwijs aan banden.
  •  Studenten krijgen een studiebeurs en zo nodig een aanvullende beurs.
  • We versterken de onafhankelijkheid van de wetenschappers.

Wat opvalt is dat de SP weliswaar kansenongelijkheid in de inleidende paragraaf van hun programma benoemt, maar er later niet meer op terugkomt. Geen plannen voor brede brugklassen, segregatie, leesvaardigheid of onderwijskwaliteit. Aan goede intenties ontbreekt het niet. De geformuleerde punten worden echter niet duidelijk uitgewerkt. 

PvdA

Het keuzemoment voor een schoolniveau schuift, als het aan de PvdA ligt, twee jaar op. De partij wil de loonkloof tussen PO en VO dichten. Leraren krijgen meer ontwikkeltijd en de klassen worden kleiner. Scholen met veel achterstandsleerlingen krijgen meer geld en leraren, die daar gaan werken, gaan beter verdienen. De PvdA noemt ook schoolleiders expliciet bij de investeringen in werving, opleiding en salaris. De PvdA wil af van ‘lump sum’ financiering en geld duidelijker gaan oormerken. Een opvallend punt is dat ze werk wil maken van de lerarenopleiding. Een ‘Rijksacademie’ voor leraren zou er moeten komen, waarin de staat de opleiding vergoedt op voorwaarde dat iemand tenminste 5 jaar werkzaam blijft in het onderwijs. Zij-instromen wordt makkelijker en aantrekkelijker. Voor al deze investeringen wil de PvdA wel meer resultaten zien. De onderwijskwaliteit moet omhoog en de onderwijsinspectie krijgt meer bevoegdheden. Ook wat betreft leesvaardigheid komen er extra middelen, maar ook hogere eisen en verscherpt toezicht.

PVV

Dat de PVV wars is van islamitisch onderwijs en terug wil naar de pedagogiek van de ‘directe instructie’ in een klas waar structuur, veiligheid, rust en regelmaat heersen, zal geen verbazing wekken. Ze constateren in de scholen een toename van politieke indoctrinatie, volgens de PVV is dat bijna altijd línkse indoctrinatie. Leerkrachten moeten kinderen leren hoe ze moeten denken en niet wat ze moeten denken. In grote, gefuseerde scholen gaan leerlingen onder in de grote massa.

Wij willen kleinschalig onderwijs (…). Door alle zogenaamde vernieuwingen is er steeds minder aandacht voor de kernvakken taal en rekenen (…). Wij willen terug naar de

kern van onderwijs. Het beroep van leraar moet weer aantrekkelijk worden: de leraar weer als een zelfstandige en zelfbewuste pedagoog voor de klas, in plaats van de leraar als uitvoerder van onwerkbare onderwijsvernieuwingen, bedacht door beleidsmakers en bestuurders die nauwelijks voor de klas hebben gestaan (…). De PVV is altijd tegen het leenstelsel geweest  (…). Wij willen daarom het leenstelsel afschaffen en de basisbeurs herintroduceren.

Conclusie

Concluderend kan worden vastgesteld dat de meeste partijen de kwaliteit van het onderwijs willen verbeteren. Dat is op zichzelf weinig opzienbarend. VVD en PVV hanteren daarbij echter een andere invalshoek dan het christelijk-sociale blok. De afgelopen kabinetsperiode heeft de VVD weinig aandacht besteed aan onderwijs en vermoedelijk zullen ze dat in een komende periode ook graag aan andere partijen laten. Kwaliteitsverbetering moet volgens de meeste programma’s niet zozeer worden gerealiseerd door weer de volgende onderwijsvernieuwing, maar door terug te keren naar de basis en naar de kernvakken, naar het meer traditionele onderwijs, waarin de leraar weer leraar is en het onderwijs weer meer aandacht besteed aan maatschappelijke bewustwording en betrokkenheid van leerlingen en studenten. Het lerarentekort moet worden teruggebracht. Kwaliteit en excellentie moeten beloond worden. De leraar moet weer meer aan het stuur komen en, met name volgens de partijen aan de linkerkant van het spectrum, meer gewaardeerd worden. De ‘lump sum’ financiering staat stevig onder druk. Het geld moet weer direct naar scholen en niet naar besturen. Het aantal regels en procedures moet worden teruggebracht. Annex aan een toenemende professionele sturing, zal de overheid weer een steviger toezichthoudende rol moeten gaan spelen. Kwaliteit door meer maatwerk dus, maatwerk door meer (professionele) sturing in combinatie met meer (overheids)toezicht. Ten slotte een punt waarover de partijen het unaniem over eens lijken te zijn: zo snel mogelijk stoppen met het leenstelsel en terug naar de basisbeurs. Eindelijk.

Drs. Frans M. Donders

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Drs. Frans Donders
Directeur KPC Interim/Adviseur
06-12504008

E-mail Frans