De dorpsgedachte

17 november 2020

Vorige jaar leerde ik in Nieuw-Zeeland het woord Whanau kennen (Je spreekt het uit als Fano.) Het staat voor alle mensen met wie je samenleeft, je gezin, familie, maar ook de buurt, de stad, je dorp, de mensen op de sportclub en ga maar door. Al die mensen die je nodig hebt om te leven én te overleven: zonder anderen ben je nergens. Door alle coronatoestanden, staat de Whanau momenteel aardig onder druk en wordt het kringetje waar je op terug kunt vallen ineens een stuk kleiner.

Het belang van de Whanau kun je aflezen aan de manier waarop mensen eeuwenlang in dorpen, meestal niet meer dan zo’n 200 mensen, er op een of andere manier in slaagden zonder allemaal uitgeschreven regels, wetboeken, protocollen het samen goed genoeg te hebben. Wie weet, kunnen we wat van die dorpen leren wanneer we nu in deze coronatijd met ons gezin meer op elkaar aangewezen zijn, in een ruimte waar het soms wel erg krap wordt. ‘Gezin’ is trouwens ook weer zo’n beperkend woord; iedereen die geen deel uitmaakt van ‘een gezin’ zet je daarmee aan de kant en de mensen voor wie hun gezin nou niet direct de prettigste plek van de wereld is ook. Laten we het hier dan maar hebben over ons Wanautje, de kleine kring waarmee we door ons door deze tijd moeten worstelen.

Een van de belangrijkste zekerheden van die oeroude dorpsbewoners was dat je wist dat je het dorp en elkaar nodig had om te overleven. De Whanau bood veiligheid, bescherming, voedsel, maar ook plezier, vrienden, liefde; zonder de Whanau was je overgeleverd aan de wetten van de jungle. Tegelijkertijd had iedereen in de Whanau een taak; je was welkom, maar er werd wel wat van je verwacht. Zolang ieder zijn taak oppakte, kon het dorp verder. Dat voelt als een verplichting, maar het is wel de mooiste verplichtingen die je je kunt voorstellen. Door je taak in de Whanau op je te pakken, heb je betekenis voor het dorp en dat maakt dat je je welkom, gezien en gewaardeerd voelt. Het is een cadeau de verplichting op je te mogen nemen, het levert je bestaansrecht op, ik doe er toe. En wanneer dat gevoel van bestaansrecht er niet is, ontbreekt ook de zin van het leven. Het zou zo maar kunnen zijn dat veel kinderen, doordat hun Whanau zo klein geworden is zich steeds meer afvragen ‘doe ik er wel toe?’

Die verplichting wordt pas echt een cadeau wanneer de opdracht die je gevraagd wordt op je te nemen bestaat uit het doen van iets:

  • waar je goed in bent;
  • dat je leuk vindt om te doen en
  • waar anderen van genieten als je hem uitvoert.

 

Als dit lukt is zo’n bijdrage geen extra taak, maar een cadeautje. Je hebt plezier in het uitvoeren ervan en wat is er mooier dan dat de anderen laten merken dat zij genieten van wat jij doet? Wat let je om iedereen in jouw Whanau uit te nodigen om zo’n positieve Whanaubijdrage te leveren? Het zal de bereidheid om de minder inspirerende taken, die toch gedaan moeten worden, onderling te verdelen, vergroten.

 

Download hier de mindmap bij dit blog gemaakt door Peter te Riele.

Lees hier de eerdere blog 'soepel(er) leven met coronabeperkingen.

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Jan Ruigrok
Trainer
073-6247247

E-mail Jan