Hoop

23 maart 2020

Momenteel werken Joan Vlasblom en ik aan een boek over een gezond schoolklimaat. Dat doen we vanuit de kernwoorden Hoop, Humor en Herstel.

Een absurdere tijd hiervoor dan maart 2020 is moeilijk voor te stellen: het Coronavirus legt scholen, bedrijven, theaters en sportaccommodaties plat. Uit de radio klinkt de oproep niet naar het strand te gaan omdat het zelfs daar moeilijk is anderhalve meter afstand in acht te nemen. Ziekenhuizen in Brabant kunnen het aantal patiënten niet aan en zoeken behandelplekken in andere provincies. Gelegenheid om op een passende manier afscheid te nemen van dierbaren die overlijden, is er nauwelijks. Zondag 22 maart krijgt een aardbeving in Zagreb weinig aandacht omdat ander nieuws belangrijker is. Leerlingen zitten thuis en werken aan digitale leeropdrachten. Het is op dit moment moeilijk voor te stellen hoe de wereld eruit ziet over een half jaar of later.

In mijn hoofd resoneert al dagen het lied Everybody knows van Leonard Cohen:

Everybody knows that the Plague is coming
Everybody knows that it's moving fast.

Dat is wat anders dan in vervlogen jaren toen we tijdens lange wandelmarsen en op schoolreisjes uit volle borst zongen

‘En van je hela, hola, houd er de moed maar in’

De moed erin houden is een klus die nu zwaarder lijkt dan ooit. Dat geldt wanneer we het over scholen hebben voor mensen die voor de klas staan even hard als voor hun leerlingen.

Moed en hoop zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar hoop verdwijnt rest hopeloosheid: waarom zou je dan nog ’s ochtends je bammetjes smeren en naar je werk of naar school gaan, huiswerk maken, dromen van een toekomst waar je niet in gelooft?

De opdracht de moed erin houden, het bieden van hoop, geldt wat mij betreft altijd al voor iedereen die met kinderen en jongeren werkt. En op dit moment nog sterker voor wie vanuit zijn werkkamer digilessen verzorgt.

De moed erin houden is een levenshouding, geen techniek. Als ik me afvraag hoe je die uitdraagt, komt er een zinnetje naar boven, dat ik onlangs in een training gebruikte toen het ging over schoolveiligheid. In een onveilige omgeving, waarin leerlingen invloed hebben, voelen ze zich veiliger dan in een veilige omgeving waarin invloed ontbreekt. Mensen die invloed hebben lukt het beter er de moed in te houden. Dus laat leerlingen meedenken en hun verhaal vertellen, laat ze oplossingen voor praktische problemen en ideeën aandragen, ze weten zelf het best wat goed voor hen is. Maak de bijdragen die zij leveren aan het omgaan met de huidige crisis zichtbaar en maak er gebruik van. Wie invloed heeft kan keuzes maken en wanneer er naar je geluisterd wordt ben je verbonden met een groter geheel en dat is minstens zo belangrijk als een mooi vormgegeven digiles.

Het spanningsveld tussen invloed geven en beperkingen opleggen, vraagt nieuwe aandacht. Of je  het leuk vindt of niet, er moet een aantal regels worden gehanteerd waarbij geen ruimte voor dialoog of discussie mogelijk is: 1,5 meter = minder doden. Je leren aan te passen aan een snel veranderende wereld en daarin te overleven wordt belangrijker dan kennisoverdracht. Ongevraagd en ongewild krijgen we unieke kansen leerlingen hierin te ondersteunen.  

Wat de ‘humor’, ons tweede kernwoord, betreft sluiten we aan bij psychiater Witte Hoogendijk, hoofd van de afdeling psychiatrie van het Erasmus MC in Rotterdam. Hij antwoordt in de Volkskrant op de vraag hoe hij vindt dat we omgaan met de crisis: ‘Goed, met veel gevoel voor humor, ik krijg het ene lollige appje na het andere. Dat is niet alleen grappig, maar breekt ook de spanning. Heel lang doodserieus zijn houd je niet vol en is ten tweede niet gezond.’

Dus onderwijskundige werkpaarden: houd de moed erin door naar je leerlingen te luisteren, hen mee te laten denken en betrek ze volop bij wat er gebeurt.

 

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Jan Ruigrok
Trainer
073-6247247

E-mail Jan