10-14 onderwijs: grensoverstijgend goed onderwijs

15 januari 2020

Van meet af aan ben ik enthousiast over 10-14 onderwijs. In de innovatieprojecten waarbij ik betrokken ben valt het me meer dan ooit op dat onderwijsmensen zichzelf eigenaar tonen van het onderwijs, van onderwijsinnovatie en dat zij activiteiten ondernemen om los te komen van bestaande routines om recht te doen aan de leerlingen. Daarbij word ik vooral enthousiast van de wil om samen te werken met collega’s uit andere sectoren. Het vernieuwende van 10-14 onderwijs zit voor mij niet zozeer in een onderwijsconcept maar in de wijze waarop onderwijsmensen samen professionele ruimte creëren. In die ruimte ontwikkelen zij eigentijdse uitgangspunten, manieren van samenwerken, rollen en taken en nieuwe onderwijsconcepten.

Eigenaarschap van innovaties

In de literatuur over onderwijsinnovatie komt het begrip ‘eigenaarschap’ regelmatig naar voren. Dat is niet zo gek, want het onderwijs kent een lange traditie van innovaties die over de hoofden van leraren werden uitgestort. Maar hoe ontstaat eigenaarschap van innovaties? Ik zie grofweg twee aanvliegroutes, via de communicatie en via het vakmanschap. Van die twee benaderingen heeft de vakmanschapsbenadering mijn voorkeur. De communicatieve benadering gaat ervan uit dat mensen wel eens niet zouden willen. De vakmanschapsbenadering gaat ervan uit dat mensen dat mensen wel willen veranderen, maar niet veranderd willen worden. In de communicatieve benadering wordt erop gehamerd om eerst het’ waarom’ te communiceren en pas daarna het ‘hoe’ en het ‘wat’ van een innovatie. Vervolgens wordt de pleitbezorgers van innovaties voorgehouden om goed te luisteren naar persoonlijke bekommernissen, om mensen goed toe te rusten om met veranderingen om te gaan, en inmiddels overtuigde mensen in te zetten om ook anderen te overtuigen. De vakmanschapsbenadering gaat ervan uit dat vakmensen een verlangen hebben om hun werk goed te doen omwille van het werk zelf, dat ze daarom vaardigheden ontwikkelen en gericht zijn op het werk in plaats van op zichzelf.

Contextuele manier van werken

In de verschillende 10-14 projecten waarbij ik vanuit KPC Groep betrokken ben geweest en nog betrokken ben is er steeds voor de vakmanschapsbenadering gekozen. Voor een actieve, waarderende, onderzoekende en ontwerpende aanpak. Door deze ‘contextuele’ manier van werken ziet de ontwikkeling van 10-14 onderwijs er iedere keer anders uit. Want de regio, de betrokken scholen en de onderwijsprofessionals zijn steeds weer anders, hebben een eigen geschiedenis, hebben hun eigen bedoeling en hebben hun eigen problemen. Het maakt nogal verschil of je voor 10-14 onderwijs kiest omdat je kinderen met een achterstandspositie meer kansen wil bieden of omdat de hoogopgeleide ouders je vragen om gedifferentieerd onderwijs te ontwikkelen dat de talenten van hun kinderen maximaal aanspreekt. Het maakt nogal een verschil of je voor een Vinexwijk het onderwijs van de grond af opnieuw opbouwt of dat je probeert in een krimpsituatie het onderwijs thuisnabij te blijven organiseren. 

‘Grensgangers’

Het maakt ook een enorm verschil of je binnen de muren van je eigen school aan onderwijsontwikkeling werkt of dat je twee verschillende systemen en culturen bij elkaar brengt. Je zou aan doorlopende leerlijnen kunnen werken door het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te vragen om op basis van een set doelen onderwijs te ontwikkelen dat op elkaar aansluit. De kans is dan groot dat er vanuit bestaande structuren en patronen en een bestaande professionele cultuur gedacht, ontworpen en geïmplementeerd wordt.

Je kan ook de werelden van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs bij elkaar brengen. Professionals gaan elkaar dan leren kennen, anders en vaak meer waarderen. Er ontstaat dan een zogenaamde ‘grenspraktijk’ een nieuwe ruimte waarin nieuwe principes kunnen ontstaan en nieuwe manieren van werken. Dat kan ertoe leiden dat er een tienerschool wordt ontwikkeld waarin onderwijsmensen uit het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs samen vormgeven aan een nieuw concept. Maar het kan ook zijn dat dat de onderwijsmensen zogenaamde ‘grensgangers’ worden. Waarbij leraren uit het basisonderwijs betrokken zijn bij 10-14 programma’s in het voortgezet onderwijs en omgekeerd leraren uit het voortgezet onderwijs bijdragen aan 10-14 programma’s in het basisonderwijs.

Op 14 februari start KPC Groep een 10-14 werkplaats. Bedoeld om onderwijsmensen te ondersteunen bij het ontwerpen van een eigen vorm van 10-14 onderwijs. In die werkplaats gaan we uit van de principes die in dit blog zijn beschreven. We vertrekken vanuit het vakmanschap van de deelnemers, we streven naar externe oriëntatie en aanpakken die leiden tot grensoverschrijdend goed onderwijs.

 

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Dr. Ton Bruining
Adviseur/R&D KPC Groep
06–53221513

E-mail Ton