Van hapklare brokken naar magische momenten

4 februari 2019

Professionaliseringspraktijken en werk maken van pedagogiek

Van hapklare brokken naar magische momenten

Wat vraagt pedagogische aandacht voor kinderen van de leraar? En wat moet dat betekenen voor de professionaliseringspraktijken van scholen? Op die vraag ga ik in dit blog in. In ieder geval wil ik duidelijk maken dat we als leraren voor een grote opgave staan en dat er méér nodig is dan een training met hapklare brokjes om onszelf toe te rusten.

Klein Duimpje

Hoe groot de veranderingen zijn waar we voor staan wordt duidelijk gemaakt door de inmiddels 88 jaar oude Franse filosoof Michel Serres in zijn essay Petit Poucette (Klein Duimpje) dat in 2014 in het Nederlands verscheen. Serres stelt doet me beseffen dat er een wijde en diepe kloof die gaapt tussen leraren die hun hoofd op hun romp hebben staan en leerlingen die hun hoofd tussen hun duimpjes hebben. Jongeren van nu hebben de hele wereld in hun handen. Zelfs de Romeinse keizer Augustus hield niet de hele wereld in zijn hand.

De wereld die we nodig hebben

Hedendaagse jongeren ontwikkelen zich onder invloed van de social media. Het internet, de ‘devices’ en de programma’s verschaffen niet alleen toegang tot de wereld, ze beïnvloeden niet alleen de onderlinge communicatie en het levensritme, ze geven ook richting aan het idee dat jongeren over zichzelf als mens hebben. Dat de wereld virtueel is, maakt haar niet abstract en betekenisloos. Petite Poucette is onze toekomst. Dat betekent dat de vraag aan de orde is hoe je je als leraar met je hoofd op je romp kan verhouden tot en aandacht kan hebben voor petite Poucette. Persoonlijk denk ik dat een training 21st century skills niet genoeg is. Het begint met het onder ogen zien van je professionele beperkingen, met de moed om petite Poucette te ontmoeten en om samen te zoeken naar gezamenlijke antwoorden om een nieuwe wereld te construeren. Daarbij is het denk ik het belangrijkste om een heldere kijk te ontwikkelen op de vraag wat de wereld is die we nodig hebben. Wat dat betreft was ik het heel erg eens met de stelling waar Gert Biesta aan het eind van de KPC Groep-conferentie ‘Werk maken van pedagogiek’ op kwam: “Het gaat niet om de vraag welke school heeft de samenleving nodig, maar om de vraag welke wereld de school nodig heeft”. Voor leraren is het niet genoeg om aandacht te hebben voor petite Poucette en samen te ontwikkelen. Van de leraar wordt daarbij de inbreng van waarden en normen, onderwijspedagogische opvattingen en een professionele blik verwacht, zoals Gert Biesta stelt in zijn boek ‘De terugkeer van het lesgeven’.

Normatieve professionaliseringspraktijken

Werk maken van pedagogiek vraagt om de ontwikkeling van professionaliseringspraktijken die starten met een diepe reflectie op het handelen in de weerbarstige onderwijspraktijk. Daarbij zullen we als leraren moeten beseffen dat de kennis die we eerder verwierven nog steeds waardevol kan zijn, maar dat die vaak ook hopeloos verouderd is. Overigens is waardevolle kennis niet altijd onder woorden te brengen en over te dragen. Je moet het ervaren. In de onderwijspraktijk zal het repertoire dat we als leraren hebben ontwikkeld altijd wringen met de onderwijspedagogische behoefte van jongeren. Als we dat onder ogen kunnen zien en als we de moed hebben om los te laten wat niet meer werkt of niet meer deugt, dan kunnen we nieuw repertoire ontwikkelen. In de onderwijspraktijk ervaar ik dat jongeren heel helder kunnen zijn in het verwoorden wat zij nodig hebben en dat jongeren ook een partner kunnen zijn in het creëren van nieuw onderwijs. Bij de ontwikkeling van onderwijs is evidence based kennis van belang, maar alleen de vraag naar wat werkt is niet genoeg. Een atoombom werkt ook! Het gaat óók om de vraag wat deugt en deugd doet. Leraren hebben een moreel beroep en zullen elkaar mores moeten leren. Die mores zal aan verandering onderhevig zijn. Dat betekent dat we elkaar verhalen moeten vertellen en daarin moeten onderzoeken wat goed onderwijs is. Waar juristen jurisprudentie hebben om tot betere rechtspraak te komen kunnen we als leraren en als morele professionals moresprudentie ontwikkelen. Een normatief beroep zoals dat van leraar vraagt om normatieve professionalisering.

Plek der moeite

Normatieve professionalisering vraagt om moed om de ‘plek der moeite’ te betreden, om de erkenning dat hapklare brokken niet genoeg zijn om met ingewikkelde dilemma’s om te gaan en dat er meer nodig is dan het na-apen van de best practices van collega’s. Want als het na-apen begint, dan stopt het denken, dan stopt het mens zijn. De plek der moeite betreden betekent gesprekken aangaan die je misschien liever uit de weg gaat. Tegelijkertijd hoeft het niet alleen kommer en kwel te zijn. Laten we ook vieren wat allemaal goed gaat. Daarbij ontleen ik veel inspiratie aan het muzische professionaliseren, dat HKU lector Bart van Rosmalen onder de aandacht brengt.

Muzische professionalisering en de soul van het onderwijs

Van Rosmalen ontleende zijn inspiratie weer aan Zeus die de negen muzen de opdracht gaf om ieder op een eigen manier de heldendaden van de goden te bezingen. Als we met elkaar het lef hebben om muzisch te professionaliseren, dan kunnen we ontsnappen aan clichés, aan de kwaakspraak en aan de jeukwoorden. De negen muzen introduceren negen verschillende manieren van kijken naar je eigen professionele praktijk en die van je collega’s. Kies één of meer van de negen muzen en werp nieuw licht op de onderwijspraktijk. Zo maar drie voorbeelden: Dans het mooie onderwijs, dat steeds in beweging is. Zing als onderwijsteam de ‘soul’ die jullie school bijzonder maakt. Repeteer de rol die je magische momenten in de school en in de ontmoeting met jongeren oplevert.

 

Dr. Ton Bruining is leraar, adviseur en onderzoeker

 

 

 

Reacties

Reageer zelf of bekijk alle reacties

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Dr. Ton Bruining
Adviseur/R&D KPC Groep
06–53221513

E-mail Ton