10-14 initiatieven in het licht van de ‘toekomst van ons onderwijs'

27 januari 2020

Gastblog van Marieke Bloothoofd

Woensdag  22 januari vergezelde ik Ton Bruining naar de 10-14 conferentie in Amsterdam. De avond vóór de conferentie las ik op de site van de VO-raad het zojuist gepresenteerde discussiestuk ‘De toekomst van ons onderwijs’. Een brede coalitie van onderwijsorganisaties roept hierin op tot groot onderhoud van het Nederlands onderwijssysteem. Er worden vijf ankerpunten beschreven die in veel opzichten raakvlakken hebben met de missie en visie van de 10-14 pioniers. Wat betekent dit voor de doorontwikkeling van het 10-14 concept?  Met deze vraag in het achterhoofd stapte ik met open vizier de conferentie op Spring High binnen. In deze blog een persoonlijke terugblik op de conferentie in het licht van de ‘toekomst van ons onderwijs’.

 

Het 10-14 concept is, onder de vele onderwijsconcepten die Nederland op dit moment rijk is, een beetje een vreemde (maar betekenisvolle) eend in de bijt. Het concept onderscheidt zich in de eerste plaats doordat het als enige concept bewust en structureel voor alle leerlingen een extra transitie creëert (o.a. als antwoord op de discussie rond de ‘knip’ tussen po en vo). Deze extra grensovergang valt binnen de vo-loopbaan (en examinering) van de leerling waarbij er geen garantie is dat vervolgonderwijs goed aansluit. Tijdens de conferentie wordt duidelijk merkbaar dat de 10-14 initiatieven zelf ook worstelen met de positie van het concept binnen het Nederlands onderwijslandschap.

Contextuele invloeden

Zo spreekt een groot deel van de aanwezige 10-14 scholen de noodzaak en ambitie uit om de boven- en/of ondergrens van het 10-14 onderwijs op te rekken. De scholen onderscheiden zich ook van andere onderwijsconcepten doordat zij zich niet makkelijk in een hokje laten plaatsen. Uit een monitoronderzoek uitgevoerd door Oberon bleek al dat er toch behoorlijke verschillen bestaan tussen de verschillende 10-14 initiatieven. Ook gedurende de conferentie wordt opnieuw duidelijk dat de 10-14 scholen op eigen wijze invulling geven aan de inrichting van hun onderwijs. Vaak ingegeven door contextuele invloeden zoals locatie, leerlingpopulatie en teruglopende leerlingaantallen. Deze contextuele invloeden vormen tevens een bedreiging voor het onderwijsconcept, zo bleek tijdens de workshop ‘voordelen van 10-14 onderwijs’.

Borgen van visie en missie

Naast belangrijke opbrengsten zoals een intensieve samenwerking tussen po en vo en ruimte voor differentiatie en maatwerk, worden er ook een aantal zorgen en aandachtspunten naar voren geschoven. Deze bewegen zich eigenlijk alle rond de vraag hoe je in de praktijk de visie en missie van het 10-14 concept borgt. Er wordt o.a. gesproken over de wens meer inzicht te krijgen in de beweegredenen van ouders om hun kind aan te melden voor een 10-14 school. Deze vraag komt voort uit de ervaring van deze scholen dat de keuze voor een 10-14 school regelmatig wordt ingegeven door de wens op te stromen en in mindere mate omdat ouders een principiële keuze voor dit schoolconcept maken.

Tien-veertien 2.0

Ondanks de verschillen tussen de verschillende initiatieven, is het vergroten van de kansengelijkheid voor leerlingen bij alle initiatieven een belangrijk onderdeel van de visie en missie. Wanneer echter het 10-14 concept ‘slechts’ een van de vele smaken in het Nederlands onderwijslandschap blijft, vergroot het dan juist niet de kansenongelijkheid?  Ja, de kansenongelijkheid neemt op meso niveau af, maar wordt op macro niveau alleen nog maar groter. Funest voor een individualistische samenleving waar segregatie en polarisatie tot op heden alleen nog maar lijken toe te nemen.

De vraag die dan ook met name door mijn hoofd blijft rondspoken is op welke wijze deze 10-14 pioniers een katalysator kunnen worden in het vergroten van kansengelijkheid en het denken over kwaliteit in het gehele Nederlands onderwijs? Opnieuw top-down een blauwdruk voor het onderwijs uitrollen is misschien niet de oplossing, maar we kunnen ook niet de ogen sluiten voor het empirisch bewijs dat vroege selectie en homogenisering niet bijdragen aan het realiseren van kwalitatief goed en rechtvaardig onderwijs.

Pedagogische ambities en idealen

De keuze voor een selective (homogeen) of comprehensive (heterogeen) onderwijssysteem hangt mijns inziens ook samen met de vraag welke pedagogische ambities en idealen wij voor het Nederlands onderwijs hebben. Hoe belangrijk vinden wij de rol van scholen als socialiserende instituten binnen onze samenleving?  Wanneer wij waarde hechten aan de pedagogische en maatschappelijke opdracht van het onderwijs, lijken vroege selectie en het homogeniseren van ons onderwijs niet de juiste koers.

Hiermee wil ik niets afdoen aan de huidige 10-14 scholen of de bevlogenheid van deze pioniers. Het tegendeel is juist waar: ik ben erg onder de indruk van wat van de grond is en wordt getild. Juist omdat het concept dermate waardevolle en fundamentele aspecten behelst is het ‘slechts’ voort laten bestaan van de 10-14 scholen als “flavour of the month” een gemiste kans voor het Nederlands onderwijs.

 

Blog van Marieke Bloothoofd. Als teacher leader is ze verbonden aan KPC Groep.

 

Lees hier de blog van Ton Bruining n.a.v. de 10-14 conferentie in A'dam