21e eeuwse vaardigheden in het praktijkonderwijs: hype of noodzaak?

8 november 2017

Social Media Stress (SMS), WannaCry-Ransomware en Fear of missing out (FOMO). Dit zijn termen je dagelijks in het nieuws voorbij hoort komen. Hoe praat je er met jongeren over in de les?

Anno 2017 groeit de huidige generatie op in een gemedialiseerde samenleving; internet, televisie en sociale media worden dagelijks gebruikt. Met een smartphone ligt de wereld binnen handbereik. Een wereld vol informatie waarin je makkelijk met elkaar in contact kan komen en informatie kan opzoeken. Denk aan het boeken van een vakantie, de trein opzoeken en bankzaken regelen. Deze ontwikkeling heeft ook een keerzijde; vraag je je ooit af waarom Facebook gratis is of Google weet waar je naar op vakantie wil?

Online wereld
Bijna alle kinderen (92%) in Nederland hebben op een leeftijd van 12 jaar een smartphone. Een groot deel van hun ontwikkeling maken ze online door. De online wereld is voor jongeren vanaf 12 jaar te beschouwen als een verlengstuk van hun offline wereld. Jongeren tussen de 18 en 24 jaar zitten gemiddeld 3,3 uur per dag op internet. Deze tijd besteden ze aan Whatsapp, Facebook, Instagram, Snapchat, gamen en muziek luisteren.

De komende jaren zal de samenleving steeds verder medialiseren en het onderwijs heeft er een belangrijke taak bij gekregen. Zij moeten leerlingen leren bewegen in de ‘digitale wereld’ en  toerusten voor de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst.

Om deze reden hebben SLO en Kennisnet een model ontwikkeld dat de 11 vaardigheden omschrijft die jongeren in hun latere leven nodig hebben. Ook is een apart model voor digitale geletterdheid ontwikkeld. Bij digitale geletterdheid gaat het om informatievaardigheden, ICT-vaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.

Vooral computational thinking roept nogal eens vragen op. Deze vaardigheid richt zich op het oplossen van problemen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn. Het gaat om een verzameling denkprocessen, zoals logisch redeneren, patroonherkenning en systematisch denken.

Uit onderzoek (ICILS) blijkt dat Nederlandse leerlingen boven het internationaal gemiddelde presteren op het gebied van digitale geletterdheid. Hun vaardigheidsniveau is vergelijkbaar met dat van hun leeftijdsgenoten in Noorwegen, Australië en Zuid-Korea.

Scores praktijkonderwijs
De scores van leerlingen in het praktijkonderwijs (PrO) blijven achter. Gezien de vergelijking met hogere opleidingsniveaus is dat begrijpelijk. Dat wil echter niet zeggen dat er ook voor PrO geen belangrijke taak ligt op het gebied van digitale geletterdheid.  Voor het praktijkonderwijs is dit thema bijvoorbeeld van belang in het kader van zelfstandig werken, wonen en vrije tijdsbesteding. Meer nog dan voor andere scholen, omdat voor veel leerlingen het onderwijs stopt als zij 18 jaar zijn. Dan zouden zij in staat moeten zijn om ook rondom de genoemde thema’s zelfstandig te kunnen functioneren.

Daar komt bij dat onze doelgroep anders leert. Dat vraagt voor het praktijkonderwijs een andere aanpak dan louter ‘het invoeren van een methode mediawijsheid’. ‘Leren door doen’ is het credo: wat betekent dit voor het aanleren van digitale vaardigheden voor onze jongeren?

We denken graag mee over de plek van de 21e eeuwse vaardigheden in uw curriculum. Met scholen bepalen we over welke kennis en vaardigheden leerlingen moeten beschikken als zij uitstromen en hoe dit aangeboden wordt.

 

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Wout Schafrat
Adviseur
06-51227516

E-mail Wout