"Een seminar van een heel andere orde"

30 januari 2019

Blog van Marcia van der Wens, leerkracht basisonderwijs/co-teacher/coördinator passend onderwijs

Op 17 januari nam ik deel aan het seminar van KPC Groep met de titel: ‘Werk maken van pedagogiek.’ Prof. dr. Gert Biesta verzorgde een keynote. Ook waren er workshops en vonden er dialooggesprekken plaats. Wat me opviel was dat in de aankondiging van het seminar gesproken werd over ‘de terugkeer van de pedagogiek’. Dat bevreemdde mij.

Mijn ervaring is juist dat leraren dagelijks bezig zijn met pedagogiek. Leraren bij mij op school vragen zich elke dag af hoe ze de lesstof optimaal over kunnen brengen. We spreken dan niet veel over ‘rendement’ en ‘resultaten’. Wanneer we het over het verwerven van kennis, attitude en vaardigheden hebben (wat Biesta onder kwalificatie verstaat) wordt bij ons op school ook meegenomen hoe we dat inbedden in praktijken. Wat Biesta onder socialisatie verstaat is daarmee ook onderwerp van gesprek. We bespreken bijvoorbeeld hoe we leerstof aan kunnen bieden op een manier die aansluit bij werkelijke praktijken. In het aanbod aan de kinderen betekent dit uiteindelijk bijvoorbeeld dat ze klok leren lezen door het maken van reserveringen in ons ‘restaurant’ op school. Dit gebeurt in de door de leraar georganiseerde interactie met andere kinderen. Er worden sociale rollen gespeeld en geoefend. Hoe het kind zich daarin uit en gedraagt, hoe het kind voor zichzelf of een ander opkomt, waar het kind belemmerd wordt door onzekerheid. Dat is waar we veel mee bezig zijn. Dit valt in de theorie van Biesta onder subjectivatie (verantwoordelijkheid over emancipatie en vrijheid) (Biesta, 2018).

Hoewel we herkennen dat er een focus op presteren heerst in verschillende publicaties en in het scholingsaanbod is binnen de school en binnen de klas steeds veel aandacht geweest voor het kind en zijn totale ontwikkeling. Het seminar triggerde me omdat dit onder spanning lijkt te staan. Zoals ook Lisette Bastiaansen in haar onderzoek weergeeft lijkt binnen het onderwijsproces behoefte aan een herinrichting om de relatie tussen leraar en leerling weer de ruimte te geven die het verdient. Ik besloot deel te nemen aan het seminar om antwoorden te vinden op een aantal vragen die dit bij me opriep.

  • ‘Heeft de leraar wel vrijheid om aandacht te geven aan de pedagogische opdracht of wordt deze ingeperkt door externen die beoordelen en adviseren op fragmenten van het onderwijs?’
  • ‘Hoe kan de leraar leerlingen helpen zich te ontwikkelen als persoon, die leert voor zijn toekomst in plaats van voor een toets?’
  • ‘Hoe kan de leraar ervoor zorgen dat de leerlingen als individu worden aangesproken èn zich onderdeel voelen van hun sociale omgeving?’

Met Lisette Bastiaansen op zoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’

Na de opening door dagvoorzitter Tom Koot, associé en senior-adviseur KPC Groep, volgde de bijdrage van Lisette Bastiaansen. Na een korte persoonlijke introductie ging Bastiaansen in interactie met de deelnemers op zoek naar de manier waarop je werk maakt van de pedagogische opdracht in de relatie tussen leraar en leerling. Ze is bezig met promotie-onderzoek naar hoe aandachtige betrokkenheid zich manifesteert in die relatie. Bastiaansen vroeg de deelnemers te kiezen voor de stelling die het best aansluit bij de eigen visie van de pedagogische opdracht. Daarbij werden stellingen besproken zoals ‘Ik heb te weinig ruimte om aan pedagogiek te werken’. Ik koos ervoor om voor die stelling te kiezen. Hoewel ik in mijn onderwijspraktijk dagelijks veel met pedagogiek bezig ben en dat in gesprekken met ouders ook een belangrijk aspect is, gebeurt het dat ouders vooral willen spreken over het leerrendement van een kind. Op zo’n moment bekruipt mij het gevoel dat ik beperkt word. De volgende ouders staan al te wachten en ik kan in dat gesprek niet optimaal in gesprek over hoe we de zelfstandigheid van dit kind kunnen bevorderen. Een inzicht dat ik aan de workshop heb overgehouden is dat de worsteling die ik dan voel ook speelt in de maatschappij. Er ligt een druk op mensen en ook op kinderen om iemand te zijn. Ik realiseerde me dat ik daarmee te maken heb en dat dit verstorend werkt bij het helpen van kinderen om zichzelf te worden. Bastiaansen spreekt over zoeken naar evenwichtig bestaan van binnen en in relatie met de wereld. Dit doen we nu volgens haar in een maatschappij die uit balans is én in onderwijs dat uit balans is.

Dr. Ton Bruining over opvoeden in de huidige tijd

Vervolgens stond Ton Bruining op het programma. Bruining stond met de deelnemers stil bij de vraag wat opvoeden in de huidige tijd vraagt van de professionaliteit van leraren en schoolleiders. Hij besprak in korte tijd de complexiteit van het vak van de leraar met de deelnemers: de leraar handelt, draagt cultuur, reflecteert, beïnvloedt en verbindt, leert mores en ontwerpt onderwijs. Bruining legde bij de deelnemers de vraag terug ‘Wat staat ons nu te doen?’ Een directeur gaf aan te weten waar hij mee aan de slag moet maar niet de kennis te hebben over wat het ambacht van de leraar precies inhoudt. Een leraar besprak de rol van de methodes, waardoor de leraar soms zoekend is. Een adviseur die professionalisering biedt stelde dat kennis niet zomaar gekopieerd kan worden in een andere lessituatie. De complexiteit werd in alle opmerkingen benadrukt.

Het benoemen van de verschillende aspecten van het beroep doet me denken aan de hoeveelheid onderwijsprofessionals die een deelaspect hiervan aanbieden. Zo lijken andere organisaties een stukje van de opdracht van de school over te nemen waar dat in de praktijk niet kan doordat het de leraar is die het vak beoefent met kinderen. Er kan wel ondersteund worden maar de leraar zorgt voor het complete aanbod in balans. Zo weet een methodemaker bijvoorbeeld niet wat de volgende stap is voor een leerling en een vakdocent gym niet alles dat speelt binnen de groepsdynamiek.

Tijdens de lunch is het allesbehalve stil aan tafel. Aan de tafel waar ik aanschoof, werd gesproken over welke onderwijsprofessionals bijdragen aan de balans voor de leraar en welke de balans verstoren.

Een rondetafelgesprek over de pedagogische opdracht

Na de lunch gaan de deelnemers aan ronde tafels in gesprek over de pedagogische dimensie van onderwijs en de verwevenheid van pedagogiek en didactiek. Aan de tafel waar ik aansluit zitten enkele leraren maar ook verschillende directeuren en bestuurders, projectleiders en teamleiders. Bij de bestuurders en directeuren bespeur ik weinig van de onzekerheid over deze opdracht. Er worden goede voorbeelden gedeeld uit de praktijk. Als op een gegeven moment een leraar uit het MBO het woord neemt en de kwetsbaarheid durft te bespreken die in de huidige tijd speelt,  lijkt dit het gesprek aan te wakkeren. Ze benoemt de enorme hoeveelheid schooluitval waardoor duidelijk wordt hoe de handelingen, het beïnvloeden, het mores leren en onderwijs ontwerpen van de leraar van een andere orde is dan die van bestuurders. Dat bewustzijn blijkt gedeeld te worden en uiteindelijk formuleren we de volgende vraag om voor te leggen aan Biesta:Hoe geven we een zetje aan het reflecteren en zelfbewustzijn van de professional in het onderwijs?’ Ik hoopte door het antwoord op de vraag na het seminar bevindingen mee te nemen met betrekking tot aandachtige betrokkenheid in de leraar-leerling relatie. Dit om leraren te helpen met zekerheid te werken aan hun opdracht. Dit ten einde de professionalisering op het gebied van kwaliteit van onderwijs de inhoud te geven die gepast is. Professionalisering die de opdracht van de leraar helder maakt en die er op gericht is dat de leraar regie kan en durft te pakken.

Tijd voor pedagogiek met Gert Biesta

Dan maken we tijd voor pedagogiek met Prof. dr. Gert Biesta. In de voorgaande sessies is toegewerkt naar de keynote. De deelnemers zijn geboeid en zitten met een hoofd vol vragen. Op de wand van de zaal hangen grote flap-overs waar de vragen van de dialoogtafels opgeschreven zijn. Biesta neemt de deelnemers mee in een filosofische zoektocht naar de duiding van pedagogiek. Aan de hand van een tweetal indrukwekkende voorbeelden uit de wereldgeschiedenis geeft Biesta aan hoe je kan denken over het aandeel van de pedagogiek. Sommigen zeggen dat wat je met onderwijs bereikt voor 33% uit aanleg, voor 33% uit omgeving en voor 33% uit pedagogiek bestaat. Er zijn er ook die zeggen dat het gaat om 98% aanleg, 2% omgeving en een te verwaarlozen deel pedagogiek. Biesta neemt graag de visie van Dietrich Benner over die zegt dat aanleg en omgeving samen 100% zijn. Pedagogiek bepaalt hoe de ‘ik’ daaruit naar voren kan komen en is daarmee van een andere orde. Biesta ziet daarin de opdracht niet jezelf te zijn maar een zelf te zijn door de vraag te blijven stellen ‘Is daar iemand?’

Een seminar van een andere orde

Dit seminar was niet een seminar dat me met veel hapklare kennis en ‘recepten’ naar huis toe stuurde. Dit seminar was er ook niet een van de categorie waar je antwoorden vindt op de vragen waarmee je kwam. Dit seminar was van een heel andere orde. Het bracht met tot het bewustzijn dat blijven reflecteren de manier is om tot een betere balans te komen in het onderwijsaanbod. Dat het niet gaat om iets nieuws beheersen maar om voor iets nieuws open staan. Dat neem ik mee naar mijn school. Met de andere leraren wil ik meer de tijd nemen om de verschillende aspecten van het leraar zijn te bespreken. Daarbij wordt het tijd om niet alleen doelgericht te vergaderen maar aandachtig stil te staan bij hoe we de ‘ik’ uit het kind naar voren laten komen. Zoals Biesta zei: ‘Om ergens werk van te maken moet je er tijd voor maken, tijd om erover te denken. En waar zou die tijd beter passen dan in school. Waarbij hij ons eraan herinnerde dat het Griekse woord schola komt van scholè, dat rust betekent, vrije tijd, op zijn gemak zijn, vrij van verplichtingen.