“Kwaliteit, meer dan ooit de zorg van iedereen”

5 oktober 2021

Het herziene onderzoekskader van de Onderwijsinspectie is van kracht. Met onder meer een duidelijker onderscheid tussen toezicht op bestuur en op de school/opleiding. Wat valt Annemiek Staarman, expert kwaliteitszorg in het VO, op? Zes vragen.

 

Wat gaat het onderwijs merken van het herziene kader?

“De Onderwijsinspectie legt een nog grotere nadruk op de verantwoordelijkheid van het bestuur. Daar was ze in 2017 al mee begonnen maar dat is verder doorgevoerd door een apart kader voor het bestuur in te stellen. Het bestuur moet voortaan kunnen laten zien dat ze zicht heeft op de kwaliteit in de scholen en dat ze daarop stuurt. Wat nieuw is, is dat die sturing verbonden moet zijn met de missie en visie van het bestuur. Voor de scholen verandert er daardoor ook het nodige. Er ligt een nog grotere verantwoordelijkheid bij de school om de kwaliteit zichtbaar te maken aan het bestuur en om ook de verbinding te zoeken met de visie. De slogan ‘kwaliteit is de zorg van iedereen’ is meer dan ooit van toepassing.”

Je ondersteunt scholen op het terrein van kwaliteitszorg. Wat zijn de reacties die je proeft op scholen over de bijstellingen die de inspectie heeft aangebracht?

“Eerlijk gezegd: ik heb de inspectie en koepelorganisaties behoorlijk gemist het afgelopen half jaar. Er was voor mijn gevoel veel ‘radiostilte’. Misschien is er in een klein bestuurlijk kringetje diepgaand over gesproken. De kwaliteitsadviseurs in het VO moeten - zo lijkt het - het wiel maar zelf uitvinden. We zijn dus vooral zelf met onze besturen en scholen in gesprek gegaan over wat de implicaties zijn van de veranderingen en hoe we het kunnen interpreteren.  Je ziet dat de besturen momenteel studiedagen organiseren met hun scholen over het bijgestelde onderzoekskader en de gevolgen hiervan.”

Welke punten in het onderzoekskader vallen je vooral op?

“Het gaat - nog meer dan voorheen - niet alleen om de meetbare onderwijsresultaten. Het gaat óók om de ontwikkeling van leerlingen op sociaal gebied. Je ziet dat bijvoorbeeld terug bij burgerschap. Aspecten van burgerschap zijn heel expliciet toegevoegd en ondergebracht bij de indicatoren. Je moet als school dus kunnen laten zien hoe dat in je aanbod terugkomt, dat je zicht hebt op de ontwikkeling van sociale en maatschappelijke competenties en hoe dat in de onderwijsresultaten te zien is.”

“Die beweging zag je ook al bij de NPO-plannen. Het ging ook daar niet alleen om de cognitieve achterstanden, maar juist ook om de sociaal-emotionele en executieve aspecten. Je ziet daarmee dat de ‘indicator OP2 Zicht op ontwikkeling en begeleiding’ nog belangrijker is geworden in het onderzoekskader. En je ziet het ook bij OP 3. Dat stond voor het didactisch handelen van docenten maar is nu expliciet het pedagogisch-didactisch handelen geworden. Eigenlijk was het vreemd dat dat in het vorige kader nog niet zo was. Het was en is voor docenten ook niet te onderscheiden. Of je goed lesgeeft, hangt niet alleen van je didactisch handelen af. Nieuw in OP3 is ook dat de docenten hoge verwachtingen van leerlingen hebben en dat hun instructies afgestemd zijn op sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen.”  

Je hebt het over ‘hoge verwachtingen’. Wat is de betekenis hiervan in jouw ogen?

“Het hebben van hoge verwachtingen gaat erover dat je als leraar de leerling stimuleert het maximale uit zichzelf te halen. Uit onderzoeken blijkt dat het hebben van hoge verwachtingen invloed heeft op de motivatie van de leerling. Het zorgt ervoor dat de leerling meer in zichzelf gelooft, meer zelfvertrouwen krijgt en uiteindelijk ook beter presteert. Het is vind ik een goede zaak dat de inspectie het thema ‘hoge verwachtingen’ meeneemt in het bijgestelde onderzoekskader. Het heeft impact op het leren. Maar ook hebben verwachtingen veel te maken met kansenongelijkheid. Kinderen uit achterstandsgezinnen hebben relatief vaak te maken met lage verwachtingen. Ook in het onderzoekskader van het primair onderwijs is het hebben van hoge verwachtingen toegevoegd. De inspectie speelt hiermee dus ook in op de adviezen die leerlingen krijgen vanuit de basisschool waarvoor ‘kansrijk adviseren’ wordt bepleit." 

Welke vragen zouden in jouw ogen besturen en scholen zich vooral moeten stellen als het gaat om hun kwaliteitsbeleid?  

“Los van dat ze de PDCA-cyclus goed in de gaten moeten hebben - wat eigenlijk de basis is voor goed kwaliteitsbeleid - komt het voor de besturen en scholen erop aan dat ze met elkaar het goede onderwijsgesprek voeren. Als je samen zicht wilt hebben – óók op de minder meetbare aspecten - en je wilt sturing geven aan die kwaliteit vanuit je visie etc. dan heb je daar een goede dialoog voor nodig. De vraag naar het voeren van gestructureerde (en periodieke) gesprekken over de kwaliteit van het onderwijs, zie je opkomen. Zowel tussen bestuur en directie als in de school.  De inspectie geeft daarbij zelf aan dat het belangrijk is dat je afspreekt en van elkaar weet wanneer je tevreden bent.  Op die manier kun je verantwoording aan elkaar afleggen en kun je ook afspreken welke interventies nodig zijn om verder te komen. Als je dat goed doet, dan is het niet alleen een verantwoordingsgesprek maar kom je als school ook tot verdere ontwikkeling.”  

Een belangrijke lijn is dat kwaliteitszorg ingebed moet worden in de dagelijkse processen en dat eigenaarschap nodig is van het team. Welke rol kunnen kwaliteitsfunctionarissen hierbij vervullen?

“Dat is best een lastig punt. Ik denk dat zowel bovenschools als in de school de bewustwording dat kwaliteit de zorg van iedereen is veel aandacht vraagt. Kwaliteitsfunctionarissen kunnen dat stimuleren. Op praktisch niveau kan het werken met een duidelijke kwaliteitskalender effectief zijn. Iedereen ziet dan wie welke rol heeft en wie bijdraagt aan de verschillende kwaliteitsprocessen. Op meer abstract niveau is ook hier het gesprek over kwaliteit en de vraag welke rol jij hebt - ook aan docenten! - van belang. Dat laatste kan een kwaliteitsmedewerker niet alleen. Daar heb je ook de schoolleiding voor nodig.”  

 

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Annemiek Staarman
Adviseur
085-2101580

E-mail Annemiek