“Op scholen met een complexe leerlingenpopulatie gebeuren vaak de mooiste dingen”

25 november 2020

“Mijn ervaring is dat vooral kleine en middelgrote onderwijsbesturen in de po het lastig hebben met het vernieuwde onderzoekskader van de inspectie. Wat hen puzzelt is hoe je als bestuurder zich hebt op wat er speelt op scholen. Ook is er behoefte aan meer eenduidigheid in de manier waarop scholen hun evaluaties aanleveren.” Aan het woord is Hans Boudestein. Als adviseur en coach ondersteunt hij onder meer scholen en besturen die worstelen met hun onderwijskwaliteit.

In het gesprek met Hans tekent zich één duidelijke rode draad af die loopt door zijn lange loopbaan in het onderwijs. Zijn drijfveer om kinderen die minder kansrijk zijn verder te brengen zet een stempel op de keuzes die hij maakt als professional. Ooit startte hij als leerkracht. Na een avondstudie onderwijskunde ging hij verder in het advieswerk. Maar ook in die rol verloor hij de werkvloer nooit uit het oog. Zo werkte hij de afgelopen tweeëneenhalf jaar naast zijn advies- en coachingswerk als interim ib-er op een basisschool in Spijkenisse. “Scholen die te maken hebben met een complexe populatie, die geven mij eigenlijk de grootste uitdagingen. Daar gebeuren ook de mooiste dingen. Die kinderen hebben veel te halen op school, die kun je ook een veilig nest bieden en een duwtje in de maatschappij geven. Die kinderen hebben vaak een ander referentiekader. Ze komen lang niet altijd uit een gezin waarin leren belangrijk is.”

“In de modder”

Een pluspunt van een gesprek met Hans Boudestein is dat het nooit blijft steken in algemeenheden. Als onderwijsondersteuner staat hij “in de modder” en kent hij de uitdagingen op microniveau in de klas. “Ik kom heel veel op de werkvloer. Je bent hierdoor echt betrokken bij vragen en je maakt de problemen en conflicten mee van alledag”.

Na vele jaren actief in en voor het onderwijs is één ding voor Hans glashelder geworden: het belang van instructievaardigheden en het vakmanschap van de leerkracht. “Vanuit onderwijskundig onderzoek is duidelijk hoe belangrijk de instructie is. Hiervoor zijn modellen ontwikkeld, zoals het directe instructiemodel en het expliciete instructiemodel. Maar ik merk ook dat die modellen heel belemmerend kunnen werken. Geen enkele klas is immers hetzelfde. Er kunnen altijd onverwachtse dingen gebeuren. Je ziet dat zwakkere leerkrachten zich helemaal vasthouden aan het model en hierdoor kansen missen. Of een les goed is, kun je niet afmeten aan de vraag of alle stappen in het model wel goed worden gezet. Je moet altijd inspelen op wat er in de klas gebeurt. Dat vraagt om durf en lef van de leerkracht en niet te vergeten om overzicht.”

Data-analyse

In de denkbeeldige reis door zijn loopbaan waarover Hans vertelt, stapelt hij doorlopend praktijkvoorbeeld op praktijkvoorbeeld. Ook staat hij stil bij de valkuilen die scholen kunnen tegenkomen bij het werken aan goed onderwijs. Daarbij kan hij putten uit een rijke ervaring met het ondersteunen van scholen die op het gebied onderwijskwaliteit in de knel kwamen. Wat hem opvalt is dat leerkrachten soms problemen hebben bij de data-analyse. “De vraag is hoe je uit die data de goede informatie haalt en er chocola van kunt maken. Wat kun je met al die cijfers doen? Hoe haal je de highlights eruit? Waar moet je op inspelen? Het gaat om het verhaal achter de cijfers. Daar is de Inspectie ook naar op zoek. Mijn ervaring is dat de Inspectie echt in gesprek wil. De tijd dat er een echte afrekencultuur was is voorbij.”

Wat voor ontwikkelingen signaleer je als je kijkt naar de scholen die je begeleidt?

“Ik zie dat veel scholen en besturen worstelen met de continuïteit. Ze hebben te maken bijvoorbeeld met een tekort aan leerkrachten, met mensen die uitvallen. Je kunt wel allerlei plannen maken, maar als dan een leerkracht uitvalt, wat dan? Ook is er veel aandacht voor referentieniveaus. Wat me verder opvalt is dat er meer gestuurd wordt op leerlijnen. Los van de methode zoeken scholen naar andere vormen van onderwijs.”

Veel scholen hebben hun onderwijs inderdaad anders georganiseerd en namen afscheid van het leerstofjaarklassensysteem. Hoe kijk jij hiernaar?

“Onderwijs anders organiseren; daar kun je niet meer omheen. Het klassikale systeem is wat mij betreft failliet. De differentiatiemogelijkheden binnen het klassikale systeem zijn gewoon te beperkt om elke leerling een passend aanbod te geven. Dat lukt je nooit met 30 leerlingen in een klas. Logisch dat je dan op zoek gaat naar andere oplossingen, klasdoorbrekend. Maar vergis je niet: onderwijs anders organiseren vraagt veel van de leerkracht. Je moet veel kennis hebben en echt boven de stof kunnen hangen. Ik begeleid ook scholen die zwak zijn geworden omdat ze vastliepen in het onderwijs anders organiseren. Voordat je je onderwijs anders gaat organiseren moeten de basisvoorwaarden op orde zijn.”

Een nieuwsbericht van een paar dagen geleden. “Basisschoolleerlingen hebben tijdens de lockdown in maart vertraging opgelopen bij rekenen, spelling en begrijpend lezen. Onderzoekers van Cito analyseerden de afgelopen weken de toetsresultaten van leerlingen uit de groepen 4 tot en met 7. Omdat basisscholen op vaste momenten dezelfde citotoetsen afnemen, kunnen ze precies zien hoe de leerlingen na de lockdown scoorden voor rekenen, spelling en begrijpend lezen.”  Is er reden voor zorg in jouw ogen?

“Altijd is de vraag: vertraging ten opzichte van wat? Eerlijk gezegd heb ik me best boos gemaakt over dit bericht. Die achterstand is heel relatief. Wat meet je?  Onderwijs is meer dan het resultaat van rekenen, spelling en begrijpend lezen. Heel veel kinderen hebben zich in deze coronatijd op andere manieren ontwikkeld. Je moet dus breder kijken. In de coronatijd zag je dat leraren heel goed gingen nadenken over: wat is nu echt belangrijk?  Velen gingen inventief denken in doelen. Je ziet dan: het draait echt om de leerkracht. Goede, bevlogen leerkrachten spelen de sleutelrol. Dat is onveranderd zo. Waar veel meer aandacht voor moet komen is de groeiende kansenongelijkheid. Ik zie dat de verschillen tussen scholen met hoogopgeleide ouders en met laagopgeleide ouders steeds groter worden. Uiterst zorgelijk. Ook leerkrachten zijn zich hier niet altijd van bewust en ontdekten bijvoorbeeld tijdens de corona-periode dat niet alle leerlingen een laptop hadden en dat zelfs niet alle gezinnen beschikten over wifi.”

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Drs. Hans Boudestein
Adviseur
085-2101580

E-mail Hans