Kindermishandeling: “dichterbij dan je denkt”

15 november 2021

Van 15 tot en met 21 november is de Week tegen kindermishandeling. Thema is dit jaar “Dichterbij dan je denkt.”  Een heel zinvol initiatief, vertelt Patricia Ohlsen.  Ze is verbonden aan Veilig Thuis en traint daarnaast onder meer vanuit KPC Groep vertrouwenspersonen in het onderwijs.

Fysiek geweld, verwaarlozing, psychisch geweld; kindermishandeling heeft vele gezichten.  Naar schatting 3 % van alle kinderen groeit op in onveilige thuissituaties. Leraren zien kinderen dagelijks op school en kunnen signalen oppakken. Ook signalen die hen het gevoel geven dat een leerling thuis onveilig is en die kunnen duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling, stelt Patricia.

Wat zijn signalen waarop je als leraar alert moet zijn?

“Kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling, misbruik of verwaarlozing zullen dit meestal niet uit zichzelf vertellen of zelfs onderkennen. Zij geven vaak wel allerlei ‘signalen’ af, waaruit je kunt opmaken dat er iets aan de hand is. Deze signalen kunnen soms waarneembaar zijn aan het lichaam van het kind (striemen, wonden of een verwaarloosd uiterlijk), maar vaak ook toont het zich in het gedrag van het kind of in het gedrag van het kind richting ouders of andere volwassenen. Wat voorbeelden. Je kunt denken aan lichamelijke signalen zoals hoofdpijn, buikpijn, blauwe plekken, letsel, houterige lichaamsbeweging, achterstand in spraak/taal. Soms zien we slaap- en/of eetstoornissen, agressief of juist teruggetrokken gedrag, achteruitgang van de leerprestaties, moeite met uitkleden voor de gymles of helemaal niet meedoen, spijbelen, stelen, drugsgebruik. Bij ouders zie je vaak dat ze bijvoorbeeld overmatig klagen over het kind, weinig belangstelling tonen, afspraken niet nakomen, het kind plotseling van school komen halen, in isolement zitten, vaak verhuizen etc. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling kan helpen bij stappen die je kunt zetten als je een vermoeden hebt van kindermishandeling. Werk je in het PO? Kijk eens bij: Kindermishandeling zien en samen aanpakken. De verbeterde meldcode in de ondersteuningsroute van het onderwijs (nji.nl) en voor VO: Kindermishandeling zien en samen aanpakken. De verbeterde meldcode in de ondersteuningsroute van het voortgezet onderwijs (nji.nl)

Slachtofferschap blijft vaak verborgen. Wat zijn de gevolgen voor een leerling die jarenlang zo’n geheim met zich meedraagt?

“Hoe meer ingrijpende gebeurtenissen, des te geringer de kwaliteit van leven zien we bij kinderen uit groep 7/8 van PO. Kindermishandeling kan ook ernstige gevolgen hebben voor de psychosociale ontwikkeling van de jeugdige. Daardoor kan o.a. de concentratie op school en bij spel verminderen. Uit onderzoek blijkt dat mishandelde jeugdigen gemiddeld een lagere opleiding voltooien en vaker speciaal (basis)onderwijs volgen dan niet-mishandelde jeugdigen.”

Wat voor gevolgen kan kindermishandeling hebben voor het gedrag van het kind?

“Kindermishandeling verhoogt het risico op gedragsproblemen, zoals externaliserend gedrag - agressie, antisociaal gedrag -  en internaliserend gedrag , denk aan angst, depressiviteit. Vaak zien we dat kinderen een negatief zelfbeeld hebben. Er is verband tussen het meemaken van negatieve ervaringen in de kindertijd en (het risico op) roken, ernstig overgewicht, lichamelijke inactiviteit, risicovol seksueel gedrag, een lager inkomen, depressieve stemming, laag zelfbeeld en poging tot suïcide. Verder hebben leerlingen die slachtoffer zijn van kindermishandeling op volwassen leeftijd een hoger risico – tot 50 procent – om als pleger of slachtoffer opnieuw betrokken te zijn bij mishandeling.”

Stel je bent leraar en je hebt vermoedens van kindermishandeling. Hoe maak je signalen bespreekbaar zonder een volwassene (ouder(s) direct te beschuldigen?

“Uitgangspunt is om in openheid de zorgen en te ondernemen stappen te bespreken met de ouders en/of jeugdige. Leg aan ouders uit wat het doel van het gesprek is, wat jouw rol en verantwoordelijkheid is, wat je met de informatie gaat doen en wat ouders van jou kunnen verwachten. Geef ouders de ruimte om te reageren en hun kant van het verhaal te vertellen: wat zijn hún verklaringen voor de geconstateerde problemen? Bevestig wat goed gaat en complimenteer ouders daarvoor. Maak concrete afspraken over het vervolg, wat van de ouders verwacht wordt, en wat zij van jou als leerkracht kunnen verwachten.”

Heb je tips voor de communicatie met ouders?

“Zeker. Bedenk per situatie vooraf welke woordkeuze/formulering de minste weerstand bij ouders zal oproepen, zónder bezorgdheid te bagatelliseren of weg te laten en zonder af te doen aan de eventuele ernst van de boodschap. Gebruik woorden en omschrijvingen zoals: ‘zorgen maken over …’, ‘wat gaat goed, waarover maken we ons zorgen’, ‘zorgpunten/aandachtspunten’, ‘ongunstige omstandigheden’, ‘zorgen delen over de jeugdige’, ‘veiligheid’. Dit in plaats van het te hebben over kindermishandeling, geweld en verwaarlozing. Benoem concreet de zorgen en spreek over feiten, zonder oordeel en zonder aannames of interpretaties van die feiten. En tot slot: stel vooral open vragen.” 

Wat kan de school doen om de drempel te verlagen om te praten over kindermishandeling?

“Kinderen zitten op school om te leren en zichzelf te ontwikkelen. Ze zijn pas in staat om dat te doen als ze zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn. Daarom is het belangrijk structureel te werken aan een fijne, veilige en prettige sfeer op school. Door goed beleid, bijvoorbeeld een sociaal veiligheidsplan, meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en een klachtenregeling, is het duidelijk voor ouders wat de routes zijn. Ook kun je in de klas aandacht schenken aan kindermishandeling door er lessen over te geven, ervaringsdeskundigen uit te nodigen, zoals Team Kim, weerbaarheidstraining te geven, boeken te lezen, zoals blauwe plekken van Anke de Vries etc. Dan wordt het voor kinderen ook steeds makkelijker om te vertellen dat het niet goed gaat met ze.”

Slotvraag. Je professionaliseert vertrouwenspersonen in het onderwijs. Vergt het thema kindermishandeling specifieke kennis en vaardigheden in de rol die vertrouwenspersonen vervullen?

“In principe is de leerkracht of mentor van de klas de eerst aangewezen persoon die signaleert dat het niet goed gaat. Vervolgens gaan de intern begeleider/ondersteuningscoördinator samen met bijvoorbeeld de directie de volgende stappen zetten. Een specifieke aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling kan hierbij ondersteunen. Liever is dat niet de interne vertrouwenspersoon vanwege zijn andere functie en verantwoordelijkheden. In de praktijk zien we toch vaak dat vertrouwenspersonen erbij gevraagd worden of dat kinderen naar hen toekomen om hun verhaal te vertellen. Daarom is het goed dat vertrouwenspersonen heel goed weten wat signalen zijn, kennis hebben van de risicofactoren en gevolgen en dat zij weten hoe de meldcode werkt en wanneer je welke stappen zet. Goede gespreksvaardigheden zijn hierbij uiteraard zeer van belang.”

 

Training vertrouwenspersonen

 

 

 

Geïnteresseerd?

Neem dan contact op met:

Patricia Ohlsen
Adviseur
085-2101580

E-mail Patricia